De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.

A tot Z (PNC-Pedia)

  • A
  • B
  • C
  • D
  • E
  • F
  • G
  • H
  • I
  • J
  • K
  • L
  • M
  • N
  • O
  • P
  • Q
  • R
  • S
  • T
  • U
  • V
  • W
  • X
  • Y
  • Z
teek op groen blad

Teken

Een tekenbeet kan grote gevolgen hebben. Dat de kleine bloedzuiger de ziekte van Lyme kan verspreiden, is ondertussen gekend. Maar niet alle soorten teken zijn verlekkerd op mensen, niet alle teken zijn besmet, een besmette teek draagt niet noodzakelijk ziektes over en bij besmetting word je niet per se ziek.
Er is dus geen reden tot paniek. Wel zijn alertheid en voorzorgen aan de orde.

Op de vraag of “teken het goed doen”, antwoordt onderzoekster Isra Deblauwe van de Eenheid Veterinaire Entomologie van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) in Antwerpen genuanceerd: “Er is over het algemeen een lichte stijging in aantallen teken zichtbaar. In sommige jaren, zoals een tweetal jaren na een mastjaar, is er een sterkere stijging, maar het jaar daarna zijn er dan soms weer veel minder.”

Wat zijn teken?

Teken zijn geen insecten. Ze zijn verwant aan mijten en spinnen.
Kenmerkend zijn de acht poten, het ontbreken van vleugels en antennes, een kleine kop en een opvallend achterlijf.
Een volgezogen teek lijkt bijna bolvormig.

De teek is een parasiet

Teken ontwikkelen zich in vier stadia: ei, larve, nimf en adult (het volwassen mannetje of vrouwtje).
Afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel kan het jaren duren voor een teek zich volledig ontwikkelt.

De larve, nimf en het volwassen vrouwtje zuigen bloed van een gastheer.
Teken kunnen twee of drie gastheren hebben: de “tweegastherige” of “driegastherige” soorten.
Eengastherige” soorten verblijven heel hun leven op één gastheer of in het nest van die gastheer.

Omdat teken niet kunnen springen of vliegen, klimmen ze in grassen en struiken. Ze gaan af op lichaamswarmte, koolstofdioxide, geluid, trillingen en geur.
Komt een gastheer in de buurt, dan klampen ze zich vast en zoeken een geschikte plaats op het lichaam om gedurende enkele dagen bloed te zuigen.
De beten worden niet opgemerkt omdat de teek een pijnverdovend middel inspuit op de plaats van de beet.

Teken zijn er bij ons het hele jaar door. Vanaf 6° Celcius kunnen ze al actief worden.

De schapenteek

De schapenteek (Ixodes ricinus) heeft een slechte reputatie omdat deze de ziekte van Lyme, anaplasmose en tekenencefalitis kan veroorzaken.

Een beet van een andere tekensoort komt bij ons zelden bij de mens voor.

Een volgezogen vrouwelijke schapenteek lijkt wat op de vrucht van de wonderboom, Ricinus communis, vandaar de Latijnse naam.

Schapenteken vind je vooral in bossen. Ze zijn een voorbeeld van een driegastherenteek.
De larven verkiezen vooral kleine knaagdieren, zoals muizen. Nimfen prefereren dan weer kleine tot middelgrote dieren (vogel, eekhoorn, egel) en adulten de Europese ree en het everzwijn.
Mensen en huisdieren zijn accidentele gastheren.

De klimaatopwarming heeft de parasiet een fikse duw in de rug gegeven. Warme winters verkorten de ontwikkelingscyclus van de teek van vijf tot drie jaar.
Bovendien is het aantal gastheren toegenomen. De reeën en everzwijnen doen het goed. En van goede muizenjaren profiteren teken ook omdat muizen belangrijke gastheren zijn van de teeklarve.

De teek verankert zich op het lichaam met een steeksnuit waarmee bloed opgezogen wordt. Meestal is die beet onschuldig en veroorzaakt hij enkel wat roodheid en jeuk. 

Risico op besmetting

De teek kan drager zijn van virussen of bacteriën die kunnen worden overgedragen. Belangrijk om weten is dat niet alle teken besmet zijn, een besmette teek niet noodzakelijk ziektes over draagt en je bij besmetting niet per se ziek wordt.

Lyme en anaplasmose

De ziekte van Lyme en anaplasmose zijn infecties die worden veroorzaakt door bacteriën, respectievelijk Borrelia-genotypes (dit zijn bacteriën die op genetisch niveau licht van elkaar verschillen) en Anaplasma phagocytophilum. Deze ziekteverwekkende bacteriën komen in België voor.

De symptomen van anaplasmose - hoge koorts en spier-, hoofd- en soms gewrichtspijn - lijken op die van griep en verschijnen vijf à vijftien dagen na de tekenbeet. Huiduitslag is er meestal niet.
Die huiduitslag kan wel aanwezig zijn bij de ziekte van Lyme. Bij Lyme ontwikkelen die ziektebeelden zich langzaam en ze kunnen gevarieerd van aard zijn. De Borrelia-genotypes kunnen verschillende symptomen veroorzaken.

Bij de ziekte van Lyme is het belangrijk om de eerste acht weken na de tekenbeet goed op te letten.
In 8 van de 10 gevallen verschijnt bij "besmetting met ziekte" huiduitslag in de vorm van een vlek of kring. Deze groeit langzaam en heeft een diameter van minstens 5 cm. Tegelijk kunnen koorts en spier- of gewrichtspijn optreden. Ook zonder de huidvlek kunnen die griepsymptomen zich binnen de acht weken voordoen.

Het toedienen van een antibioticum zorgt ervoor dat de kans op een verdere ontwikkeling van de ziekte met een ontsteking van de zenuwen, gewrichten en het hersenvlies uitermate zeldzaam wordt.

Er stelt zich wel een probleem wanneer er geen alarmbel rinkelt - noch de vlek of ring noch de griepsymptomen treden op - en de ziekte zich wel ontwikkelt. Maar ook dan kan nog gestart worden met de juiste antibioticakuur.

Voor zowel de ziekte van Lyme als anaplasmose geldt dat hoe langer de teek blijft zitten hoe groter het risico op besmetting wordt.

Preventieve medicatie bestaat niet; een behandeling met antibiotica is wel mogelijk.

Een nieuwkomer

Het flavivirus kan op zijn beurt bij de mens leiden tot symptomen die lijken op die van de griep (koorts, spierpijn, hoofdpijn, misselijkheid) of tot erge complicaties als spierverlamming of ontsteking van de hersenvliezen of van het hersenweefsel (ook gekend als Frühsommer Meningo-Enzephalitis (FSME) of tick-borne encephalitis (TBE)).

Het virus wordt meteen na het vastzetten van de teek doorgegeven. Hoewel antilichamen van dit virus al gedetecteerd zijn in het bloed van Belgische runderen en everzwijnen, is het virus voorlopig nog niet in België geregistreerd bij mensen, maar het rukt op.

Voor toeristen in Centraal-Europa, Zweden, Denemarken en de Baltische staten is een mogelijke besmetting alvast een aandachtspunt.

Voor tekenencefalitis bestaat geen behandeling. De ziekte kan wel voorkomen worden door vaccinatie.

Wat kun je zelf doen?

De bovenstaande informatie mag je niet tegen houden om op pad te gaan. Met de nodige voorzorgen en alertheid kun je blijven genieten van de natuur.

Tekenbeten vermijden

Je kunt tekenbeten vermijden door op de paden te blijven en kledij te dragen die het lichaam helemaal bedekt. Ook bij warm weer zijn lange mouwen, broeken, kousen en laarzen aangewezen. Controleer je lichaam grondig na een tocht. Check zeker warme, vochtige plaatsen zoals de liezen, oksels, knieholten en gevoelige zones als oogleden, oren en schedel.

Tekenbeten aanpakken

Ben je toch gebeten, verwijder de teek dan zo snel mogelijk met een aangepaste tekentang of pincet.

  • Neem de kop vast en trek de teek langzaam recht naar boven uit de huid. Bij draaibewegingen kan de steeksnuit afbreken.
  • Ontsmet de wonde en pincet of de tang grondig en was je handen.
  • Verdoof of ontsmet de teek nooit met alcohol of andere middelen.
  • Controleer de plaats van de tekenbeet regelmatig gedurende enkele weken en let hierbij op vlekken, ringen, griepsymptomen of een verdacht ziekteverschijnsel.
    Treden deze op, raadpleeg dan zo snel mogelijk je arts. Er kan een antibioticumbehandeling worden voorgeschreven. Voor tekenencefalitis kun je je (minstens) 1 maand op voorhand laten vaccineren.

Meer weten

Om meer informatie te verzamelen over waar en wanneer teken actief zijn heeft het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid TekenNet gelanceerd. Op deze website kun je een tekenbeet melden en aangeven waar die beet is opgelopen en of daarna de ziekte van Lyme werd vastgesteld.

Foto: © Shutterstock


Presentaties infoavond over teken en tekenziekten d.d. 27 april 2017

Foto: © Shutterstock